Het vasten in de Islaam 11 – Wie hoeven er niet te vasten

Het vasten in de islaam [11]
Wie hoeven er niet te vasten? (#3)
Vraag 14: In het vorige bericht is er beloofd dat er meer informatie zou worden gegeven over het vasten van de zwangere en borstvoedende vrouw. Kan deze belofte worden waargemaakt?
Antwoord 14: Belofte maakt schuld, dus hierbij het beloofde bericht. Maar voordat ik inga op het antwoord, wil ik verduidelijken waarom ik erg heb getwijfeld over het schrijven van dit antwoord. Er zijn zeven verschillende meningen over dit onderwerp. En een aantal van die meningen zijn heel erg sterk en de bewijsvoering is dermate complex, dat het geen makkelijke opgave is om zomaar de sterkste mening uit het rijtje te pikken. Bovendien dient een student van kennis zijn plek te kennen, en zich niet zomaar te mengen in de discussies van de grote geleerden van de islaam.
Maar zoals ik al eerder heb aangegeven, heb ik ook gemerkt dat er ontzettend veel behoefte is aan verheldering van dit vraagstuk. En ik ben van mening dat onze zusters die met deze vraag zitten, recht hebben op een antwoord.
Ik wil wel graag dat de gerespecteerde lezer zich ervan bewust is dat dit ik de mening met jullie zal delen, waarvan ik persoonlijk – na studie en vergelijking – denk dat het de mening is die het meest in de buurt komt van wat correct is uit die zeven meningen die er zijn. En uiteraard bedenk ik die mening niet zelf! Het is echter de mening van meerdere metgezellen van de Profeet ﷺ, en van de geleerden uit de directe generatie na hen. En uiteindelijk is deze mening door vele geleerden overgenomen, tot de dag van vandaag.
In tegenstelling tot wat jullie van mij gewend zijn, zal dit bericht enigszins wetenschappelijk en theologisch van aard zijn. Dat betekent dat wellicht enkele lezers moeite zullen hebben met het begrijpen van sommige bewijsvoeringen. Maar ik zal er voor zorgen dat de hoofdgedachte van dit artikel – met de Wil van Allaah – voor iedereen duidelijk is.
De fatwa van de metgezellen ibn ‘Abbaas en ibn ‘Omar en anderen is dat als een vrouw zwanger is of borstvoeding geeft, en vreest dat het vasten nadelig kan zijn voor haar baby of voor haar eigen gezondheid, dat het voor haar is toegestaan om niet te vasten. Let op: er staat ‘toegestaan’ en niet ‘verplicht’.
En zij zijn verder van mening dat ze in dat geval de gemiste dagen niet hoeft in te halen. Let op: er staat ‘niet hoeft in te halen’ en niet ‘niet mag inhalen’.
De enige plicht die op haar rust, is om voor elke gemiste dag een arme te voeden, zoals dat ook geldt voor bijvoorbeeld de chronisch zieke.
De metgezel ibn ‘Abbaas heeft gezegd: “Als tijdens de ramadan de zwangere vrouw voor zichzelf vreest, of de borstvoedende vrouw voor haar kind, dan mogen ze beiden hun vasten verbreken. En ze moeten allebei voor elke gemiste dag een arme voeden. En zij hoeven het vasten niet in te halen.” (Overgeleverd door At-Tabari in zijn tafsier (2/136), en authentiek verklaard door Al-Albaani in al-irwaa’ (4/19)).
En de metgezel ibn ‘Omar werd door zijn zwangere echtgenote gevraagd over deze kwestie, en hij antwoordde: “Verbreek je vasten, en voed voor elke gemiste dag een arme. En je hoeft niet in te halen.” (Overgeleverd door Ad-Daaraqutni (2388), en de keten ervan is goed verklaard door Al-Albaani in al-irwaa’ (4/20)).
Deze mening van deze twee metgezellen was bekend onder de overige metgezellen van de Profeet ﷺ. En het is niet overgeleverd dat iemand van ze tegen deze mening is ingegaan. Daarom wordt dit opgemerkt als een stilzwijgende consensus (overeenstemming) van de metgezellen.
Bovendien heeft de metgezel ibn ‘Abbaas in deze kwestie een uitleg gegeven over de reden van openbaring van een vers uit de Qor’aan. En zulke Qor’aan interpretaties worden door de geleerden in rang verheven, en krijgen de status van een overlevering van de Profeet ﷺ. En deze status is krachtiger in de bewijsvoering dan overige meningen.
Conclusie: de zwangere vrouw en de bortsvoedende vrouw die vreest voor zichzelf of voor haar kind hoeft niet te vasten. De gemiste dagen hoeft ze niet in te halen. Maar ze moet wel voor elke gemiste dag een arme voeden.
Vraag 15: Zijn er nog andere zaken met betrekking tot deze kwestie waar we rekening mee moeten houden?
Antwoord 15: Jawel. Zie hieronder:
15A. Het is toegestaan voor de vrouw in genoemde gevallen om niet te vasten. Maar als zij van zichzelf denkt dat het allemaal wel meevalt, of dat ze het vasten wel aankan, dan mag ze gewoon vasten. Dat recht kan haar niet ontnomen worden.
15B. Als de vrouw in de periode van haar kraambloeding zit, en haar baby de borst geeft, dan moet ze deze gemiste dagen wel inhalen. Omdat de sterkste reden om niet te vasten in dit geval de kraambloeding is, en niet de borstvoeding.
15C. Als de baby wat ouder is, en naast borstvoeding vast voedsel krijgt, dan is mijn advies om – als het kan – te kolven en de baby overdag met een flesje te voeden. In dat geval zou de vrouw gewoon kunnen vasten. Tenzij ze vreest dat dit een negatieve invloed zal hebben op haar melkproductie.
15D. Als de vrouw het zekere voor het onzekere wil nemen, dat staat niets haar in de weg om de gemiste dagen alsnog in te halen. Sterker nog, zo een insteek kan ik alleen maar aanmoedigen. Dit is dan echter een persoonlijke keus, die we niemand opleggen.
Ik denk hiermee alles te hebben vermeld wat mij relevant lijkt in deze discussie. Ik hoop dat er wat meer duidelijkheid is geschept voor onze zusters. En ik vraag Allaah om ons allen correcte inzicht te geven, en om ons onze tekortkomingen te vergeven. Aamien.
-𝔐𝔬𝔥𝔞𝔪𝔢𝔡 𝔅𝔢𝔫𝔡𝔞𝔬𝔲𝔡-