Geloofsleer

Onze geloofsleer

1. Waarom zijn we geschapen?
Wij moslims geloven dat er een Schepper is én een door Hem geschapen schepping. De Schepper is Allaah de Verhevene. En de schepping is alles behalve Allaah de Verhevene.
Onze Schepper heeft Namen en Eigenschappen. Eén van Zijn Namen is ‘de Alwijze’. Deze Naam leert ons dat Allaah de Verhevene de ultieme wijsheid als Eigenschap heeft.
Als we dat weten, dan volgt daar uit dat onze Schepper ons niet doelloos heeft geschapen, want dat zou ingaan tegen Zijn Wijsheid. Integendeel! Achter onze schepping zit een wijsheid, een nobel doel en een zwaarwegend belang.
Als het doel van onze schepping slechts zou zijn geweest om te eten, te drinken en ons voort te planten, dan zouden we daarin niets verschillen van de dieren om ons heen.
Wij geloven dat Allaah de Verhevene de mens heeft vereerd en uitverkoren, maar ook heeft begunstigd ten opzichte van de andere scheppingen. Dat is ook de reden waarom Hij ons heeft onderscheiden met het verstand waarmee we zouden moeten nadenken.
Allaah de Verhevene leert ons in de Qor’aan dat het hoofddoel van onze schepping is om Hem alléén te aanbidden, en Hem te leren kennen met Zijn Namen en Eigenschappen.
We bevinden ons op deze wereld in een test en beproeving: zullen we het doel waarvoor we zijn geschapen verwezenlijken of niet?
Wie zich dus houdt aan de regels die Allaah hierin heeft gesteld, kan zich verheugen op een eeuwigdurende beloning en geluk in het hiernamaals. En voor wie afwijkt van de regels van Allaah de Verhevene, is er een bestraffing in het vooruitzicht gesteld.

Waarom zijn we geschapen?

Wij weten uit en eerder bericht dat Allaah, de Alwijze Schepper, ons heeft geschapen met een doel, namelijk het aanbidden van Hem alléén (dit wordt in het Arabisch ‘tawhied’ genoemd, oftewel het belijden van de Eenheid van Allaah. Hier komen we – met de Wil van Allaah – in latere berichten uitvoerig op terug).
Daarom neigt de natuurlijke aanleg van de mens, en zijn zuivere aard (in het Arabisch ‘fitrah’ genoemd), naar het aanbidden van Allaah alléén, zonder deelgenoot. De Qor’aan en de soennah van de Profeet ﷺ leren ons dat de mensheid, vanaf de schepping van Adam tot het tijdperk van Noeh als eenheidsbelijders – dat willen zeggen: moslims – hebben geleefd.
Het toeschrijven van deelgenoten aan Allaah de Verhevene en het aanbidden van afgoden naast Hem is pas ontstaan onder het volk van Noeh. Dit was door invloed van de Satan, de eeuwige vijand van de mens.
En om het scheppingsdoel steeds weer te benadrukken en de mensheid eraan te herinneren, heeft onze Schepper boodschappers naar ons gezonden om ons te onderwijzen en naar Hem te leiden. Om ons te waarschuwen voor Zijn bestraffing en om ons te verheugen op Zijn beloning. Zij hebben ons de boodschap van Allaah de Verhevene meegedeeld en uitgelegd. En na hun komst, is het voor ons duidelijk geworden wat de weg is naar het paradijs, en wat de weg is naar de hel.
Dat betekent dat na hun komst, en na het bereiken van hun boodschap, niemand meer een excuus heeft om Allaah de Verhevene niet te aanbidden. En dat een ieder die de boodschap heeft bereikt, maar desondanks weigert om de weg van Allaah en Zijn boodschappers te volgen, zichzelf willens en wetens blootstelt aan de bestraffing van Allaah de Verhevene.
We moeten ons beseffen dat deze strijd tussen de waarheid en de valsheid, tussen de mens en de Satan, tussen de eenheidsleer en de afgoderij een voortdurende strijd is. Daarom is het de taak van de geleerden om deze boodschap van de waarheid onophoudelijk te blijven verkondigen. En daarom is het ook de taak van de mens in algemene zin, om zich te beseffen dat de Satan hem nooit met rust zal laten, en elke keer weer nieuwe pogingen zal wagen om hem te verleiden naar alles wat hem laat afdwalen van het rechte pad.
3. Waarom zijn we geschapen?
Uit de vorige berichten weten we dat we zijn geschapen met een doel, namelijk het aanbidden van Allaah de Verhevene alléén. Om ons aan dit doel te herinneren, heeft Allaah de Verhevene Zijn boodschappers gestuurd en Zijn boeken neergezonden.
Nu rijst de vraag: “Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘aanbidding’?” Dit is natuurlijk een essentiële vraag, want hoe kunnen we het doel van aanbidding realiseren als we niet weten wat de betekenis is van dit doel?
*De definitie van ‘aanbidding’:*
Er kunnen verschillende definities worden gegeven aan het woord ‘aanbidding’, maar één van de meest nauwkeurige beschrijvingen zegt: “De aanbidding is een term die alle innerlijke en uiterlijke uitspraken én daden omvat waar Allaah van houdt en die Zijn goedkeuring genieten.”
Deze definitie leert ons dat de aanbidding een uitspraak of een daad kan zijn. En die uitspraak of daad kan innerlijk óf uiterlijk zijn. Dat betekent dus dat de aanbiddingen verbonden zijn aan ons hart, onze tong én onze ledematen.
Of anders geformuleerd: álle religieuze aspecten – of het nu de geloofsovertuiging, de intentie, de uitspraken óf de handelingen zijn – vallen onder de benaming van ‘aanbidding’.
*De twee zuilen van de aanbidding:*
Voorts noemen de geleerden dat elke aanbidding bestaat uit twee zuilen:
*De eerste zuil is*: volledige onderwerping en nederigheid aan Allaah de Verhevene tijdens de aanbidding.
*De tweede zuil is*: dat de aanbidding voortkomt uit volledige liefde voor Allaah de Verhevene.
*Conclusie:*
Dit gezegd hebbende, moet uit bovenstaande een onvermijdelijke conclusie worden getrokken, namelijk: dat wij alleen kunnen voldoen aan de aanbidding van Allaah de Verhevene door enerzijds Hem te leren kennen, en anderzijds Zijn religie te leren kennen. Want door Hem te leren kennen, ontstaat de absolute liefde voor Allaah. En door Zijn religie te leren kennen, komen we er achter wat nu die handelingen zijn die Zijn tevredenheid en goedkeuring genieten, en dus als aanbidding kunnen worden aangewend.
*Vraag:*
Allaah de Verhevene noemt in de Qor’aan een *maatstaf* aan de hand waarvan een ieder van ons zichzelf kan testen: Houd ik echt van Allaah de Verhevene of niet? Wat is deze maatstaf?
Houd het antwoord voor je. In het volgende bericht zullen we er – in sha Allaah – nader op ingaan.
4. Waarom zijn we geschapen?
Wij weten na de vorige berichten dat de aanbidding van Allaah de Verhevene het ultieme doel is waarvoor we zijn geschapen. En we weten wat er bedoeld wordt met ‘de aanbidding’, en op welke twee zuilen ze is gefundeerd, en welke verplichtingen hieruit voortkomen.
Daarom is het nu belangrijk om te weten dat Allaah de Verhevene niet zomaar elke aanbidding van ons accepteert. Met andere woorden: het staat ons niet vrij om willekeurige aanbiddingen te verzinnen met het doel om dichterbij Allaah te komen, hoe goed onze bedoeling en intentie ook mogen zijn.
De Qor’aan en de soennah leren ons dat Allaah de Verhevene een aanbidding slechts accepteert als die voldoet aan twee voorwaarden, namelijk:
*De eerste voorwaarde*: is dat de aanbidding zuiver omwille van Allaah de Verhevene alléén uitgevoerd moet worden. Dat betekent dat je met je daad geen enkele andere bedoeling moet hebben, behalve het aanbidden van Allaah en het verkrijgen van Zijn tevredenheid en beloning.
*De tweede voorwaarde*: is dat de aanbidding in overeenstemming moet zijn met de manier die de Profeet ﷺ  ons heeft geleerd. Dat betekent dat je de aanbidding moet verrichten zoals de soennah voorschrijft.
Als een aanbidding niet aan beide voorwaarden voldoet, dan ontvangen we er ook geen beloning voor, omdat Allaah de Verhevene een dergelijke aanbidding niet aanvaardt.
In de tweede voorwaarde zit ook meteen het antwoord verborgen op de vraag waarmee we het vorige bericht hebben afgesloten.
Allaah de Verhevene leert ons namelijk in de Qor’aan dat er een maatstaf is waarmee eenieder van ons kan bepalen in hoeverre hij/zij van Allaah houdt. Deze maatstaf is de mate van navolging van de Profeet ﷺ. Hoe strikter jouw navolging is van de Profeet ﷺ, hoe groter je liefde is voor Allaah de Verhevene.
Bovendien leert de Qor’aan ons dat deze maatstaf – op z’n Hollands gezegd – ‘een mes is dat aan twee kanten snijdt’. Want enerzijds geldt dat hoe meer je de Profeet ﷺ volgt, des te groter je liefde is voor Allaah. Maar anderzijds geldt ook dat hoe meer je de Profeet volgt ﷺ, des te meer Allaah van jou zal houden.
In de volgende berichten zullen we – met de Wil van Allaah – wat dieper ingaan op deze twee belangrijke voorwaarden.
Onze geloofsleer
5. Waarom zijn we geschapen?
Wij weten uit de vorige berichten van deze reeks dat elke aanbidding in algemene zin moet voldoen aan twee voorwaarden: de daad moet namelijk zuiver zijn voor Allaah de Verhevene, en in navolging zijn van de Profeet ﷺ.
In dit en volgende berichten zullen we wat dieper ingaan op elke voorwaarde, zodat we met z’n allen precies weten waar we het over hebben.
Als we het hebben over de eerste voorwaarde, namelijk dat elke aanbidding zuiver moet zijn voor Allaah de Verhevene, dan bedoelen we daarmee dat de dienaar zijn handeling puur en alleen verricht omwille van Allaah. Dus zijn bedoeling is niet om geprezen te worden door anderen, of dat de mensen onder de indruk zijn van zijn vroomheid, of dat men in bijeenkomsten het zal hebben over hoe een goede persoon hij wel niet is.
Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Eén van de moeilijkste zaken om te realiseren is namelijk deze pure, absolute zuiverheid voor Allaah de Verhevene, zonder enige andere bijbedoeling.
Om het nog wat praktischer uit te leggen, geef ik twee voorbeelden:
1. Als je in de moskee aan het bidden bent, en je toekomstige schoonvader komt binnen, waardoor je je gebed nog net wat mooier en beter maakt, zodat je een grotere kans maakt als je om hand van zijn dochter gaat vragen, dan is je zuiverheid beschadigd. Omdat de zuiverheid van je intentie is vervuild.
2. Maar nog erger is als je je aanbidding, of het nu een gebed, of vasten of eed is, wendt aan iets of iemand anders dan Allaah de Verhevene. Wie die afgod ook moge zijn: een mens, een dier, een engel, een boom of steen. In dit geval is er sprake van grote shirk (afgoderij).
In beide gevallen is er sprake van een onzuivere aanbidding, maar in het ene geval heeft het veel ingrijpendere gevolgen dan in het andere geval.
In het eerste voorbeeld, is de aanbidding zuiver omwille van Allaah de Verhevene begonnen, maar tijdens het gebed is het omwille van een ander wat mooier gemaakt. Dit is schadelijk voor de zuiverheid.
In het tweede voorbeeld is de daad van aanbidding vanaf het begin onzuiver, en gewend aan een ander dan Allaah. Behalve dat de onzuiverheid in dit geval funest is voor de daad van aanbidding zelf, kan het ook een verwoestend effect hebben op het geloof en de islaam van de persoon in kwestie!
In sha Allaah komen we later nog terug op deze kwestie.
-𝔐𝔬𝔥𝔞𝔪𝔢𝔡 𝔅𝔢𝔫𝔡𝔞𝔬𝔲𝔡-