Smeekbede bij verdriet

De behandeling van zorgen en verdriet •

Abdoellah ibn Mas’oed [Radhiya Allaahu ‘anhu] zei:

قَالَ رَسُولِ اللهِ صَلَّى اللّٰهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ: « مَا أَصَابَ أَحَدًا قَطُّ هَمٌّ وَلَا حَزَنٌ، فَقَالَ: اللَّهُمَّ إِنِّي عَبْدُكَ، ابْنُ عَبْدِكَ، ابْنُ أَمَتِكَ، نَاصِيَتِي بِيَدِكَ، مَاضٍ فِيَّ حُكْمُكَ، عَدْلٌ فِيَّ قَضَاؤُكَ أَسْأَلُكَ بِكُلِّ اسْمٍ هُوَ لَكَ سَمَّيْتَ بِهِ نَفْسَكَ، أَوْ عَلَّمْتَهُ أَحَدًا مِنْ خَلْقِكَ، أَوْ أَنْزَلْتَهُ فِي كِتَابِكَ، أَوْ اسْتَأْثَرْتَ بِهِ فِي عِلْمِ الْغَيْبِ عِنْدَكَ: أَنْ تَجْعَلَ الْقُرْآنَ رَبِيعَ قَلْبِي، وَنُورَ صَدْرِي، وَجِلَاءَ حُزْنِي، وَذَهَابَ هَمِّي. إِلَّا أَذْهَبَ اللَّهُ هَمَّهُ وَحُزْنَهُ، وَأَبْدَلَهُ مَكَانَهُ فَرَحًا»، قَالَ فَقِيلَ: يَا رَسُولَ اللهِ أَلَا نَتَعَلَّمُهَا؟ فَقَالَ: «بَلَىٰ. يَنْبَغِي لِمَنْ سَمِعَهَا أَنْ يَتَعَلَّمَهَا ».

‘De Boodschapper van Allaah ﷺ zei: ‘Er is niemand die getroffen wordt door zorgen of verdriet, waarna hij het volgende zegt:

‘Allaahoemma innie ‘abdoek, ibnoe ‘abdik, ibnoe amatik, naasiyatie bi yadik, maadin fiyya hoekmoek, ‘adloen fiyya qadaa-oek, as-aloeka bi koellismin hoewa lak, sammayta bihie nafsak, aw ‘allamtahoe ahadan min khalqik, aw anzaltahoe fie kitabik, awista-tharta bihie fie ‘ilmil ghaybi ‘indak, an tadj’alal qoer-aana rabie’a qalbie, wa noera sadrie, wa djilaa-a hoeznie, wa dhahaaba hammie.’

‘O Allaah! Voorwaar, ik ben Uw dienaar, Zoon van Uw dienaar, zoon van Uw dienares. Mijn voorhoofd is in Uw Hand. Uw oordeel wordt over mij uitgevoerd. Uw voorbeschikking voor mij is rechtvaardig. lk vraag U bij elke Naam die U toebehoort, waarmee U Uzelf hebt genoemd, die U aan één van Uw schepsels hebt onderwezen, die U in Uw Boek hebt geopenbaard of die U bij U in de Kennis van het onwaarneembare hebt gehouden: dat U de Koran de bloei van mijn hart, het licht van mijn borst, de verbanner van mijn verdriet en de verdrijver van mijn zorgen maakt.’

 

…zonder dat Allaah zijn zorgen en verdriet zal wegnemen en deze zal inruilen voor vreugde.’ Daarop zei men: O Boodschapper van Allaah! Zullen wij deze woorden niet leren?’ De Boodschapper van Allaah ﷺ antwoordde: ‘Welzeker. Degene die deze woorden hoort dient deze te leren.’ [1]

Anas ibn Maalik [Radhiya Allaahu ‘anhu] zei:

كَانَ النَّبِيُّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ: « اللَّهُمَّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ مِنَ الهَمِّ وَالحَزَنِ، وَالعَجْزِ وَالكَسَلِ، وَالجُبْنِ وَالبُخْلِ،وَضَلَعِ الدَّيْنِ، وَغَلَبَةِ الرِّجَالِ ».

De Profeet ﷺ was gewoon te zeggen:

‘Allaahoemma innie a’oedhoe bika minal hammi wal hazan, wal ‘adjzi wal kasal, wal djoebni wal boekhl, wa dala’id dayni wa ghalabatir ridjaal.’

‘O Allaah! Voorwaar, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen zorgen, verdriet, onmacht, luiheid, lafheid, gierigheid, de last van de schuld en een overmacht van mannen.’ [2]

Genomen uit het boek: [Roeqyah, Bladzijdes. 110 – 112 | Boek nagekeken door Sunnahcenter]

Ga voor andere smeekbedes naar:

Miljoenen goede daden

Voetnoten:

[1] Overgeleverd door Ahmed (3712), al-Haakim (1/509) en anderen. Al-Haakim zei: Authentiek volgens de voorwaarden van Moeslim.’ Ibn Taymiyyah, Ibn al-Qayyim en al-Albaanie zeiden: ‘Authentiek Zie Silsilat al-Ahaadieth as-Sahiehah (199) van al-Albaanie.

[2] Een authentieke overlevering. Zie Sahieh al-Boekhaarie (6369).