Manieren bij het doen van dua

MANIEREN BIJ HET DOEN VAN DU’AA (AANROEPING)

▪Zuivere aanroeping van Allaah alleen en het vragen aan Hem alleen.

▪Begin met het loven van Allaah en het prijzen van de Profeet ﷺ. Sluit hier ook mee af.

▪Vraag met doorzetting en wees niet gehaast bij het wachten op verhoringen. Wees overtuigd dat Allaah je aanroeping verhoort.

▪Het hart moet aanwezig zijn.

▪Doe aanroeping onder alle omstandigheden, in voor- en tegenspoed.

▪Doe geen aanroeping tegen jezelf of jouw eigendom.

▪Doe ook geen aanroeping voor het verrichten van een zonde of breken van de familiebanden.

▪Matig het stemvolume bij het doen van de aanroeping.

▪Beken de zonden van jezelf en de giften van Allaah.

▪Wees nederig en deemoedig in de aanroeping.

▪Breng onrechtmatige bezittingen terug naar haar eigenaren.

▪Doe de aanroeping drie keer.

▪Richt je tot de Qiblah.

▪Hef je handen op tijdens de aanroeping.

▪Doe de aanroepingen in reine staat.

▪Let erop dat je inkomsten Halaal  (islamitisch toegestaan) zijn.

▪Wees van de mensen die aansporen tot het goede en het slechte verbieden.

▪Ga zonden uit de weg.

TIJDEN WAARIN DE DU’AA WORDT VERHOORD:

▪Het laatste derde deel van de nacht.

▪Na de verplichte gebeden.

▪Tussen de Adhaan (oproep tot de Salaat) en de Iqaamah  (oproep tot het beginnen van de Salaat).

▪Bij de Adhaan.

▪Bij het neerdalen van regen.

▪Bij het uitvoeren van een aanval tijdens het strijden op de weg van Allaah (Djihaad).

▪Het laatste uur van de namiddag op vrijdag.

▪Bij het drinken van Zam-Zam-water.

▪Tijdens de Sudjuud.

▪Na de laatste Tashahhud van de Salaat.

▪Een Moslim die Du’aa doet voor een andere Moslim tijdens zijn afwezigheid.

▪Du’aa van iemand wie onrecht is aangedaan, gericht tegen de onrechtpleger.

▪Du’aa van een vader voor of tegen zijn kind.

▪Du’aa van een reiziger.

▪Du’aa van iemand die vast tijdens het vasten en bij het verbreken van het vasten.

▪Du’aa van iemand die in nood verkeert.

▪Du’aa van een rechtvaardige  Imaam.

▪Du’aa na de Wudu.

▪Du’aa bij het werpen naar de kleine en middelste Djamrah (zie Hadj).

▪Du’aa bij de Safaa en Marwa (zie Hadj).

▪Tijdens de maand Ramadhaan. En tijdens de Waardevolle Nacht (Laylat-ul-Qadr, deze kan vallen in een van de oneven tien laatste dagen van Ramadhaan).

▪Du’aa op de dag van ‘Arafah.

Genomen uit: ‘Uitleg van De Zuilen van Islaam & Imaan’, Blz. 208 en 209,
Auteur: Mohammed Bin Jamil Zino,
Vertaald door Mohammed Bendaoud