Oorzaken achter de Toename & Afname van Al-Imaan

Oorzaken achter de Toename & Afname van Al-Imaan

Auteur: Sheikh Abdur-Razzaaq Ibn ‘Abdil-Mohsin Al-‘Abbaad Al-Badr ( Hoogleraar Geloofsleer aan de Islamitische Universiteit van Al-Madinah An-Nabawiyyah

Vertaling: Mohamed Bendaoud

Inleiding

 

In de Naam van Allaah, de Erbarmer, de Barmhartige

Voorwaar, alle lof komt toe aan Allaah. Hem loven wij, en Hem vragen wij om hulp en vergeving. En wij zoeken onze toevlucht bij Allaah tegen het kwaad van onze eigen zielen, en tegen onze slechte daden. Wie door Allaah wordt geleid, kent geen misleider. En wie door Hem op een dwaalspoor wordt gebracht, kent geen leider. Ik getuig dat er geen ware god is behalve Allaah alleen: Hij heeft geen deelgenoot. En ik getuig dat Mohammad Zijn dienaar en Boodschapper is. Moge Allaah vrede en veel zegeningen neerzenden over hem, zijn familie en al zijn metgezellen.

Vervolgens dit:

De verheven positie en hoge rang van Al-Imaan is welbekend. Het is immers veruit het meest belangrijkste, verplichte, geweldige verheven onderwerp. Al het goede in zowel deze wereld als in het hiernamaals staat of valt met de aanwezigheid, correctheid en onschendbaarheid van Al-Imaan. Al-Imaan kent overvloedige profijtpunten, rijpe vruchten en onafgebroken verdiensten. Het geeft een goede oogst en voortdurende spijzen.

Hierop gebaseerd hebben de actieve gelovigen hun mouwen opgestroopt en zijn zij gaan wedijveren. Zij schenken aandacht aan Al-Imaan, door het te vestigen en te vervolmaken, De aandacht van de succesvolle Moslim voor zijn Imaan moet immers groter zijn dan zijn aandacht voor al het andere. De voorgangers van deze Ummah – haar eerste en beste generatie en haar voorlopers – waren hiervan overtuigd. Hun aandacht voor hun Imaan was daarom overduidelijk en zij hechten er een geweldige belang aan.

Zij – moge Allaah tevreden met hen zijn en hen genade schenken – verzorgden hun Imaan, onderzochten hun daden en voorzagen elkaar van wederzijds advies. Hun berichten hierover zijn talrijk:

  1. ‘Omar Ibn Al-Khattaab had de gewoonte om tegen zijn vrienden te zeggen: “Vooruit, laten we onze Imaan vermeerderen.”En in een andere versie: “Kom op, laten we onze Imaan vermeerderen. “
  2. ‘Abdullaah Ibn Mas’ood had de gewoonte om tegen zijn vrienden te zeggen: “Vooruit laten we samen zitten om onze Imaan te vermeerderen.” In zijn aanroeping zei hij: “O Allaah, vermeerder mijn Imaan, overtuiging en begrip.”
  3. Mu’aadh Ibn Djabal had de gewoonte om te zeggen: “Laten we samen zitten om een uur Imaan te beleven.”
  4. ‘Abdullaah Ibn Rawaahah had de gewoonte om een handjevol vrienden bij elkaar te brengen en te zeggen: “Kom op, laten we een uur Imaan beleven. Kom op, laten we Allaah gedenken en laten we onze Imaan vermeerderen door Hem gehoorzaam te zijn. Hopelijk zal Hij ons dan gedenken met Zijn Vergiffenis.”
  5. Abu Dardaa had de gewoonte om te zeggen: “Tot het begrip van een dienaar behoort dat hij weet of hij zich in vermeerdering of in vermindering bevindt. Tot het begrip van een dienaar behoort ook dat hij weet waarvan de influisteringen van de Shaytaan tot hem komen.”
  6. ‘Umayr Ibn Habieb Al-Khotami had de gewoonte om te zeggen: “Al-Imaan is onderhevig aan toename en aan afname.”Men vroeg hem: Wat is de reden voor haar toename en van haar afname? “ Hij antwoordde: “Als wij Allaah gedenken, Hem bedanken en Hem prijzen, veroorzaakt dat een toename van Al-Imaan. Als wij echter onachtzaam zijn, verwaarlozen en vergeten, veroorzaakt dat een afname van Al-Imaan
  7. ‘Alqamah Ibn Qays An-Nakha’i – moge Allaah hem genadig zijn – was één van de groten en prominenten van de Taabi’ien (1) Hij had de gewoonte om tegen zijn vrienden te zeggen: “Loop met ons mee opdat onze Imaan zal vermeerderen. “ (1) Taabi’ie (mv. Taabi’oen, Tabi’ien): Iemand die een metgezel van de Profeet heeft ontmoet of vergezeld. [vertaler]
  8. ‘Abdurrahmaan Ibn ‘Amr Al-Awzaa’i – moge Allaah hem genadig zijn – werd gevraagd of Al-Imaan onderhevig is aan toename. Hij antwoordde:”Ja, totdat het als bergen is. “Men vroeg hem of Al-Imaan ook onderhevig is aan afname. Hij antwoordde: “Ja, totdat er niets meer van overblijft.”
  9. De Imaam van Ahl-us-Soennah, Ahmad ibn Hanbal – moge Allaah hem genadig zijn – werd gevraagd of Al-Imaan onderhevig is aan toename en aan afname. Hij antwoordde:”Het neemt toe, totdat het het hoogste niveau van de zeven hemelen bereikt. En het neemt af, totdat het afdaalt naar het dieptepunt van de zeven dieptes.” Hij had ook de gewoonte om te zeggen: “Al-Imaan bestaat uit woord en daad en is onderhevig aan toe- en afname. Als je het goede doet, neemt het toe. Als je verspilt, neemt het af.”

 

Hun vermeldingen hieromtrent zijn talrijk. Wie hun biografieën bestudeert en hun berichten leest, zal weten hoe groot hun aandacht was voor de kwestie van Al-Imaan en hoeveel zorg zij hieraan besteedden.

Deze deugdzame wisten dat Al-Imaan vele oorzaken heeft die het doen toenemen, versterken en vermeerderen. Zij wisten echter ook dat het vele andere oorzaken heeft die het doen afnemen, verzwakken en ondermijnen. Daarom spanden zij zich in om alles wat Al-Imaan versterkt en completeert te bewerkstelligen. Hun waakzaamheid voor alles wat Al-Imaan verzwakt en vermindert, was eveneens zeer groot. Dit heeft hen gemaakt tot deugdzame vromen.

Het kennen van de oorzaken achter de toename en afname van Al-Imaan, brengt daarom geweldige voordelen en talrijke verdiensten met zich mee. Sterker nog, er is dringende behoefte aan het kennen van deze oorzaken en het besteden van zorg hieraan. Men dient deze oorzaken te kennen en toe te passen. Al-Imaan houdt immers de perfectie van de dienaar in en vormt het pad van zijn succes en geluk. Al-Imaan is ook de reden voor verheffing van zijn rangen in zowel deze wereld als in het hiernamaals. Het is het middel en de weg naar al het goede, zowel op korte als lange termijn. Al-Imaan kan echter alleen totstandkomen, versterkt en perfect worden door het kennen van haar wegen en middelen.

Het is de Islamitische dienaar, die zichzelf van advies voorziet en die gespitst is op het geluk van zijn eigen ziel, waardig om zich in te spannen deze oorzaken te kennen. Hij dient zich erop te bezinnen en deze oorzaken vervolgens toe te passen in zijn leven. Zijn Imaan zal hierdoor toenemen en zijn overtuiging zal sterker worden. Daarnaast dient hij zichzelf ver verwijderd te houden van de oorzaken die zijn Imaan doen afnemen en zichzelf te behoeden voor het vervallen erin. Hierdoor zal hij behouden blijven van haar desastreuze gevolgen en pijnlijke weerslag. Voor wie dit vergemakkelijkt wordt, is al het goede vergemakkelijkt.

De grootgeleerde Ibn Sa’di – moge Allaah hem genadig zijn – zegt: “De gelovige dienaar voor wie succes is vergemakkelijkt is, spant zich ononderbroken in voor twee zaken:

Ten eerste: om Al-Imaan en haar nevencomponenten te bewerkstelligen en te vervullen in zowel kennis, daad als staat.

Ten tweede: om datgene wat in strijd is met Al-Imaan, het tenietdoen of verzwakt aan interne en externe beproevingen, af te slaan.

Zijn tekortkomingen in het eerste en zijn overtredingen in het tweede behandelt hij met oprecht berouw en het corrigeren van de situatie voordat het te laat is.”(1) – (At-Tawdhieh wal Bayaan Li Shadjarat Il-Imaan P.38)

Hier een compleet overzicht van artikelen van Mohamed Bendaoud

Overzicht Mohamed Bendaoud

Oorzaken van de toenamen en afname van Al-Imaan