isis

Wat is het islamitische standpunt over de groep en haar ideologie?

 

Het standpunt van de islaam over deze extremistische, khaaridjitische rebellen is zo bekend en wijdverspreid dat het zelfs als een academische misdaad beschouwd kan worden om de islaam, op welke manier dan ook, met hen te associëren. Toen deze groep eerst verscheen beseften de metgezellen van de Profeet dat God vanuit Zijn voorkennis in talloze verzen uit de Koran op deze groep doelde. Tot deze verzen behoren: “Zeg: Zullen Wij jou vertellen wie de grootste verliezers door hun daden zijn? Degenen wier inspanningen vruchteloos zijn in dit leven terwijl zij dachten het goede te bereiken met hun daden” (18:103-104) (1). En ook: “ Sommige gezichten zullen op die dag vernederd worden. Hard zwoegend (in het wereldse leven) en vermoeid (in het Hiernamaals door vernedering en schande)” (88:2-3)

(2)

Evenals: “Zij die het Verbond van God verbreken na het te hebben bekrachtigd, en die verbreken wat God bevolen heeft om te verbinden en verderf op aarde zaaien. Zij zijn de verliezers.” (2:27). (3)

 

De profetische overleveringen over hen zijn talloos, welbekend en wijdverspreid. De Profeet profeteerde dat zij, door de eeuwen heen, telkens opnieuw zouden verschijnen en omschreef hen als ‘honden van het Hellevuur’. Hij zei ook over hen: ‘ Zij reciteren de Koran maar hij gaat niet verder dan hun kelen’, ‘Zij zijn de slechtsten der schepping’. ‘Zij behoren tot de slechtsten die onder de hemel gedood worden’, ‘ Als ik hen zou ontmoeten zou ik ze doden zoals de slachting van ‘Ad (4). Hij beval de leiders van zijn gemeenschap ook: ‘ Dood hen, waar je ze ook vindt aangezien er een grote beloning is voor wie hen doodt.’

 

Wat betreft de metgezellen van de Profeet, zij implementeerde zijn bevelen en streden daarom tegen de khaaridjieten. ‘Ali, de neef en tevens schoonzoon van de Profeet, was de eerste die oorlog tegen hen voerde en hun een nederlaag bezorgde. Deze nederlaag vond plaats in het hoofdkwartier van hun zogenaamde islamitische staat te Nahrawaan, in de buurt van Bagdad, in het jaar 659 n.Chr. Gedurende de driehonderd jaar die daarop volgden bleef dit standpunt van de geleerden en leiders van de vrome voorgangers (salaf) ten opzichte van de khaardjieten ongewijzigd. De moslimgeleerden en -juristen schreven over de groep en haar verschillende aftakkingen. Zijn berispten en beschimpten hen, waarschuwden tegen hen en weerlegden hun misvattingen en dwalingen. De citaten die in 1300 jaar aan islamitisch auteurschap gevonden kunnen worden, overstijgen met gemak de tienduizenden. Om het beknopt te houden zullen wij het houden bij een bondige uitspraak van een notabele geleerde en jurist, aboe Bakr Mohammed al-Adjoerrie (overl. 970). Hij vermeldde de consensus van moslimgeleerden over het feit dat de khaaridjieten een kwaadaardig, smerig, verachtelijk volk zijn en dat hun ogenschijnlijke goedheid hen niet zal baten. In zijn boek getiteld De Shari’ah schreef hij het volgende: ‘De geleerden verschillen onderling niet van mening over het feit dat de khaaridjieten een kwaadaardig volk zijn dat, ondanks het feit dat het bidt, vast en op strikte wijze aanbidding naleeft, ongehoorzaam aan God en Zijn boodschapper is. Zij beweren het goede te gebieden en het slechte verbieden maar dat zal hen niet baten aangezien zij ter bevrediging van hun begeertes de Koran verdraaien en de moslims bedriegen. God, de Allerhoogste, heeft ons tegen hen gewaarschuwd. De rechtgeleide kaliefen hebben ons tegen hen gewaarschuwd. Zij zijn een kwaadaardig, smerig, verachtelijk volk. Hun doctrine wordt keer op keer overgenomen door hun opvolgers. Zij komen in opstand tegen de leiders en verklaren het vermoorden van moslims toegestaan. (5) De Moslims die zich vasthouden aan het pad van de Profeet en zijn metgezellen houden dit standpunt over de khaaridjieten er al eeuwenlang op na.

 

  1. Imam al-Tabarie vermeldde dat dit vers op de khaaridjieten toegepast werd en schreef dit toe aan    ‘Ali ibn abie Taalib.
  2. Imam al-Qortobi vermeldde dat dit vers over de khaaridjieten ging en levert dit over van                      ‘Ali ibn abie Taalib.
  3. Zie ‘al-Itisaam van al-Shaatibie (1/90)
  4. Dit heeft betrekking op een Bijbelse gemeenschap dat vanwege zijn onrechtvaardigheid volledig verwoest werd door een sterke wind. De moslimgeleerde ibn Hadjar (overl. 1449) legde uit dat deze overlevering betekende dat als de Profeet hen ontmoet had hij hen volledig uit zou roeien. Zie ‘ Fath al-Bari (6/435).
  5. Al-Shari’ah’ (1/136).

 

Uit het boek: Een beknopte handleiding van de islaam en zijn standpunt over                                        Al-Qaida en ISIS

Uitgeverij: www.ibnbaazbookstore.com

Nederlandse vertaling door: Oem Dawud