Imaan

Onwetendheid is één van de belangrijkste oorzaken achter de afname van al-Imaan

Onwetendheid is één van de belangrijkste oorzaken achter de afname van al-Imaan

Shaykh ‘Abdur-Razzaaq Ibn ‘Abdil-Mohsin al-‘Abbaad al-Badr – حفظه الله – zei:

Onwetendheid is het tegenovergestelde van kennis. Dit is één van de belangrijkste oorzaken achter de afname van al-Imaan, net zoals kennis één van de belangrijkste oorzaken achter de toename van al-Imaan is.

De Moslim met kennis wordt niet beïnvloed door de liefde voor en het verrichten van zaken die hem schaden, ongelukkig maken en pijn bezorgen ten koste van wat hem baat, corrigeert en succes bezorgt. Bij de onwetende hebben zulke zaken wel invloed op datgene wat hem corrigeert en succes bezorgt, vanwege zijn vergaande onwetendheid en weinige kennis. De reden hiervoor zijn de omgekeerde maatstaven die hij hanteert en zijn zwakke inlevingsvermogen. Kennis is een fundament van al het goede, terwijl onwetendheid het fundament is van al het kwaad.

Het houden van onrecht en transgressie, en het verrichten van onzedelijkheden en verboden, heeft als eerste oorzaak onwetendheid, verdorven kennis of een verdorven intentie. Een verdorven intentie is weer onderdeel van verdorven kennis. Dus onwetendheid en verdorven kennis zijn beide de hoofdoorzaak achter de verdorvenheid van daden en de afname van al-Imaan.

Ibnul Qayyim – رحمه الله – heeft gezegd: “Er wordt gezegd: ‘Een verdorven intentie is onderdeel van een verdorven kennis. Als men immers daadwerkelijk zou weten wat het schadelijke aan schadelijke gevolgen zou bezitten, dan zou hij dit zeker niet verkiezen. Als men weet dat een lekkere maaltijd vergiftigd is, zal hij deze zeker niet naderen. Bij een dergelijke persoon is echter de kennis zwak over de soorten schadelijkheden die het schadelijke bezit. Zijn wilskracht om wat hem erin doet vervallen te ontwijken is zwak. Daarom is al-Imaan in overeenstemming daarmee.

Wie bijvoorbeeld daadwerkelijk gelooft in de Hel alsof hij haar ziet, zal nooit de weg bewandelen die naar haar leidt. Laat staan dat hij zich met kracht inspant om haar te bereiken. Wie daadwerkelijk gelooft in het Paradijs, zal zijn ziel niet gehoorzamen om niet naar haar te streven. Dit is iets wat de mens in zijn ziel ervaart bij zaken van werelds nut die hij nastreeft, of bij schadelijke zaken waar hij juist van af wil komen.” [1]

Genomen uit het boek: [Oorzaken achter de Toename & Afname van al-Imaan, p. 142-143 | Vertaald door Mohamed Bendaoud]

Volg ons ook via: https://telegram.me/AhlulAthaar

Voetnoot:

[1] Ighaathat Ul-Lahfaan 2/133

Imaan