Hoe denken moslims over Mozes en Jezus?

Hoe denken moslims over Mozes en Jezus?

 

Moslims geloven in alle profeten en boodschappers van God en maken geen onderscheid tussen hen.
Tot de belangrijkste en meest vooraanstaande profeten behoorden Mozes en Jezus (vrede zij met
beiden).

Alle profeten en boodschappers waren nederige, eerlijke en vrome mensen. Zij bezaten geen
goddelijke eigenschappen, noch beweerden zij deze te bezitten. Zij predikten de boodschap van de
islaam en nodigden uit naar het pure, onvervalste monotheïsme. Wanneer je de taal van Mozes,
Jezus en Mohammed zou bestuderen en vergelijken zou je identiek taalgebruik opmerken aangaande de boodschap waarnaar zij uitnodigden. Dit komt omdat de talen Hebreeuws, Aramees en Arabisch aan elkaar verwant zijn. De woorden ilaah, elohim, Allaah (de enige ware God), salaam (vrede), islaam (onderwerping), moslim (degene die zich onderwerpt) en tawhied (monotheïsme) werden door deze profeten gebruikt om hun boodschap te verkondigen. Daarom was Mozes een moslim. Net als alle andere profeten van de nakomelingen van Israël (baanie Isra’iel) waaronder Solomon, David, Jezus en Johannes. Islaam was de naam van hun godsdienst. God zei: “Voorwaar, de religie die geaccepteerd wordt door God is de islaam. Maar degenen aan wie het Boek werd gegeven verschilden niet van mening nadat kennis tot hen gekomen was behalve uit jaloezie” (3:19).
Sporen van deze islamitische boodschap kunnen teruggevonden worden in wat overgebleven is uit
de oorspronkelijke Thora en de evangeliën (1). In Deuteronomium 6:4 lezen we: ‘Hoor Israël! De
Heere onze God, is een enige Heere.’ En in Marcus 12:29 ‘En Jezus antwoordde hem, “Het eerst van
al de geboden is: Luister o Israël, dat de Heere onze God, is een enig Heere.”’ De betekenissen zijn
vanwege de verschillende vertalingen verloren gegaan maar het originele Hebreeuws of Aramees van
deze uitspraken zou overeen moeten komen met de woorden ilaahoenaa ahaad ‘onze Godheid is
één’ en de geloofsgetuigenis van de islaam, laa ilaaha illaAllaah, betekenend: ‘Niemand heeft het
recht om aanbeden te worden behalve God alléén’.

Wat vandaag als het Judaïsme bekend staat, is niet waar Mozes oorspronkelijk naar opriep. Judaïsme is vernoemd naar de stam Juda, één van de twaalf stammen van Israël (2). De Jewish Encyclopedia (3) maakt een onderscheid tussen de leer van Mozes en het Rabbijns jodendom. De tweede is een latere ontwikkeling die tegenwoordig als hoofdrolspeler van het jodendom geldt. Sterker nog, in de Jewish Encyclopedia staat dat het jodendom door de eeuwen heen vaak veranderingen onderging. Het werd sterk beïnvloed en gevormd door overtuigingen en rituelen uit gastnaties zoals Egypte en Babylon.

De Koran herinnerde de joden in de tijd van Mohammed (vrede zij met hem) aan de geweldige
gunsten die God hun gegeven had toen zij nog de juiste leiding volgden en tot de beste naties
behoorden. Zij werden eraan herinnerd dat hun leiders de leiding van Mozes verzaakten te volgen,
hun geschrift en wet wijzigden, magie bedreven, in afgoderij vervielen, tegen hun profeten ingingen
en de islamitische religie verdraaiden. De religieuze oudsten die vanaf de 6 de eeuw v.Chr. in Babylon verbleven bedachten een nieuwe doctrine gebaseerd op ras en nationaliteit. Zij verweefden dit met hun geschriften van de boeken van het Oude Testament en ontwikkelden ook een mondelinge overlevering die later bekend werd als de Talmoed. Ondanks dat ze beweerden vast te houden aan het monotheïsme was deze mondelinge overlevering een mengelmoes van occultisme, uitspraken van religieuze leiders, gnostische spiritualiteit, magie, verzonnen observaties, statuten en wetten. Deze vormden de basis voor een despotisch micromanagement door religieuze leiders die zo
heersten over de levens van gewone joden. En deze kwam in plaats van de originele Thora zoals die
aan Mozes gegeven was. De religieuze leiders eigenden zich een goddelijke autoriteit toe en eisten
volledige gehoorzaamheid, zelfs in hun verdraaiing van het Geschrift. Jezus (vrede zij met hem) werd gezonden om de islamitische religie, zoals door Mozes overgebracht, te doen herleven en om zijn veranderde wet te zuiveren en te bevestigen. De Farizeeërs, die in die tijd de elitaire religieuze
oudsten waren, verwierpen zijn oproep en namen er aanstoot aan dat hun gezag ondermijnd werd.
Het verzet van Jezus tegen hun doctrine en zijn verwerping van de ‘tradities van de oudsten’, welke
hun eigen hersenspinsels en toevoegingen waren, zorgden ervoor dat hij veracht werd. Er werden
plannen tegen hem gesmeed. Ook al werden hem veel wonderen gegeven als bewijs dat hij een ware profeet was, leidden deze alleen naar beschuldigingen van tovenarij en afgoderij. Hij werd vervolgens in Talmoedische literatuur als een gek, afgodendienaar en tovenaar (4) neergezet en zijn moeder Maria (vrede zij met haar) werd gelasterd en beschuldigd van uitzinnige zaken. In werkelijkheid was zijn moeder een kuise en religieuze vrouw. Jezus kwam ter wereld via een wonderbaarlijke geboorte en werd als profeet van God naar de nakomelingen van Israël en het huis van Juda gestuurd. Hij riep op naar zuiver monotheïsme en bevestigde de wet van Mozes. Hij werd gestuurd om de ‘afgedwaalde lammeren van het huis van Israël’ te leiden.

In de 13 de eeuw na Christus werd een ander deel van de geheime, exclusief mondelinge overlevering, wat bekend stond als kabbala (een systeem doordrongen van magie om geesten op te roepen onder het naam van mysticisme), opgeschreven in de vorm van Zohar. Deze drong wereldwijd verschillende joodse centra binnen tot zij mainstream werd. Dit met magie gevulde systeem omvatte een emanationistische, pantheïstische soort filosofie waarin rabbijnen God op aarde werden en er beweerd werd dat zij het universum konden veranderen door middel van hun bovennatuurlijke kabbalistische krachten. Deze religie die bekend staat als Rabbijns jodendom of klassiek jodendom, kwam tot stand na de vernietiging van de tempel in 70 n.Chr. Zijn kern ‘de overleveringen van de oudsten’ in de vorm van de Talmoed en kabbala, draaiden om een tribale doctrine. Dit behoort niet tot de religie van islaam zoals door Mozes en andere Israëlische profeten overgebracht (5).

Nu gaan we over naar het christendom. Het christendom is gebaseerd op overtuigingen over Jezus
en niet de werkelijke overtuigingen van Jezus. De eerste gelovigen in Jezus waren Israëlieten,
waaronder de Ebionieten en talloze andere stromingen. Paulus (Saul van Tarsus) echter, ging tegen
de ware discipelen van Jezus, die trouw waren aan zijn leer, in en verzon een nieuwe mythische
Jezus. Deze Jezus verzon hij voor de Grieken en de Romeinen om in overeenstemming met hun
bestaande overtuigingen te zijn. De schrijvers van de evangeliën namen vervolgens de ideeën van
Paulus op in hun schrijfwerken (in het Grieks). Later nam Constantijn (overl. 337), de Romeinse keizer en leider van een zonaanbiddende sekte die bekend stond als Sol Invictus (onoverwinnelijke zon), het christendom op in Romeins heidendom, met als doel om zijn rijk te versterken. Dit terwijl in het pure Evangelie van Jezus, God één was, zonder deelgenoten, en God alléén aanbeden moest worden. Ook moest er gehouden worden aan de wet. Paulus’ Grieks-Romeinse vervorming van de Israëlische profeet en Messias, zorgde ervoor dat het christendom voor ‘heidenen’ niet anders was dan de mysterieuze religies waar zij zich al op bevonden: het geloof in menselijke goeden, incarnaties, verlossers, offers, boetedoeningen en wedergeboorten. Toen het christendom zich over Europa verspreidde, werden ook andere heidense concepten en rituelen opgenomen in het geloof. Het geïnnoveerde concept van ‘de drie-eenheid’ kwam pas volledig tot stand na verschillende geschillen en bijeenkomsten, de laatste bijeenkomst hierover was de Council van Chalcedon in 451 n.Chr.

In het kort, toen de boodschap van Christus naar de heidenen van de Mediterranen werd gebracht,
werd de mythologie van die beschavingen verweven en toegevoegd aan de boodschap van Christus,
waardoor de originele boodschap volledig veranderd werd. Concepten zoals ‘drie-eenheid’, ‘verloren
zoon’, ‘zonnegod’, ‘opstanding’, ‘hergeboorte’ en ‘Verlosser’ waren al wijdverspreid in die tijd en
hadden betrekking op de goden van de Egyptenaren, Grieken, Perzen en Romeinen. Goden als Osiris, Horus, Isis, Mithra, Dionysus, Attis en Baal. Na zijn zogenaamde ‘bekering’ legde Constantijn, de heidense Romeinse keizer, zijn visie van het ‘christendom’ op als staatsreligie (6). Jezus werd vergoddelijkt en aanbeden naast God. Het werd min of meer onmogelijk voor welke ‘christen’ dan ook om de ware weg van Jezus te kennen en praktiseren.

De enige manier waarop hedendaagse ‘christenen’ de boodschap van Jezus kunnen volgen is door de
laatste boodschapper, Mohammed, te volgen. Mohammed werd gestuurd om de islaam, zoals door
de vorige profeten van God overgebracht, te vervolmaken. Mohammed (vrede zij met hem) zei:
‘Zowel in deze wereld als in de volgende ben ik van de mensen degene die het dichtstbij Jezus de
zoon van Maria is. Alle profeten zijn broeders van elkaar en er is geen profeet tussen mij en hem
(Jezus)’ (7). Hij zei ook: ‘Wie getuigt dat er geen god is die het recht heeft om aanbeden te worden
behalve God alléén, dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is, dat jezus de dienaar van God
is, Zijn Woord die Hij gegeven heeft, en dat het Paradijs en het Hellevuur waar is, hij zal het Paradijs
betreden door welke van de acht deuren hij maar wenst’ (8). God zei in de Koran: ‘O mensen van het
Boek, overdrijf niet in jullie religie en spreek enkel de waarheid over God. De Messias, Jezus de
zoon van Maria, was slechts een boodschapper van God en Zijn Woord dat Hij naar Maria zond en
een ziel [geschapen door een bevel] van Hem. Geloof dus in God en Zijn boodschappers en zeg niet
‘drie’. Weerhoud je hiervan, dat is beter voor jullie. Waarlijk God is één god. Verheven is Hij boven
het hebben van een zoon. Aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op aarde is. En
voldoende is God als getuige van zaken’ (4:171) (9).

Moslims zijn bevolen om de dialoog met joden en christenen aan te gaan en hen met vriendelijke
vermaning toe te spreken: “Zeg: ‘O mensen van het Boek, laten wij tot een gelijk woord tussen ons
en jullie komen: Dat wij niemand anders dan God alleen aanbidden en dat wij geen partners aan
Hem toeschrijven en dat niemand van ons anderen als heren naast God neemt.’ Maar als zij zich
afwenden zeg dan: ‘Getuig voor ons dat wij moslims zijn (ons alleen aan Hem onderwerpen).’”
(3:64). “En discussieer met de mensen van het Boek slechts op de beste wijze” (29:46).

1) Moslims menen dat de Thora en de evangeliën in de loop der tijd veranderd en verdraaid zijn
en daarom niet meer accurate weergaves zijn van wat God aan Mozes en Jezus openbaarde.
Ter berisping van de joden en de christenen zei God: “Dus wee aan degenen die de Schrift
met eigen handen schrijven en vervolgens zeggen: ‘Dit is afkomstig van God’ om het zo te
verruilen voor iets van weinig waarde. Wee aan hen voor wat hun handen geschreven
hebben en wee aan hen voor wat zij daarmee verdienden” (2:79). En ook: ‘En waarlijk,
onder hen bevindt zich een groep die het Geschrift met zijn tong verdraait waardoor jullie
denken dat dit bij het Geschrift hoort, maar dit hoort niet bij het Geschrift. En zij zeggen:
‘Dit is afkomstig van God’ terwijl dit niet van God komt. Zij vertellen een leugen over God,
terwijl zij dit weten’ (3:78). We lezen in het boek Jeremia in het Ouder Testament: ‘Wij zijn
wijs en de wet des Heeren is bij ons! Ziet waarlijk, tevergeefs werkt de valse pen der
schriftgeleerden.’ (Jeremia 8:8). Dit indiceert dat in die tijd geknoei met de Schrift een
bekend gegeven was en dat dit later ook gedocumenteerd in diezelfde Schrift werd.

2) Islamitische koranexegeten hebben vastgesteld dat de betekenis van het Hebreeuwse woord
Israël ‘dienaar van God’ betekent. Dit was een titel van profeet Jakob (vrede zij met hem).

3) ‘The Jewish Encyclopedia’ 1906, 7/359 onder het kopje ‘Judaism’.

4) Zie ‘Jesus Christ in the talmud, Midrash, Zohar and the Liturgy of the Synagogue: Texts and
Translations’ door dr. gustaf Dalman, naar het Engels vertaald door A.W. Streane, Deighton
Bell, Cambridge 1893. En het meer academische werk van de expert, geleerde en hoogleraar
jodendom, Peter Schafer, ‘Jesus in the Talmud’, Pinceton University Press, 2009.

5) Israel Shahak wijst erop dat modern orthodox jodendom een opvolger van klassiek Rabbijns
jodendom is en helemaal door het kabbalistisch systeem van magie overgenomen is, in
vrijwel al zijn centra. Zie: ‘Jewish History, Jewish Religion’, Pluto Press, 2008, blz. 38-39. Men
kan ook naar de volgende handige naslagwerken kijken: ‘Roots of Rabbinic Judaism: An

Intellectual History from Ezekiel to Daniel’ door Gabriele Boccaccini, Erdmans, 2001 en‘Rabbinic Judaism’ door Jacob Neusner en William Scott Green, Fortress Press, 1995.

6) Historisch en archeologisch bewijs toont aan dat Constantijn een praktiserende heiden bleef.
Het ‘christendom’ van vandaag is grotendeels Constantijns versie ervan en is ver verwijderd
van de pure monotheïstische boodschap van Jezus.
7) Overgeleverd door imam al-Boekharie in zijn Sahieh.
8) Overgeleverd door imam Moeslim in zijn Sahieh.

9) In de islamitische exegese van dit Koranische vers wordt de volgende uitleg gegeven: O
mensen van de evangeliën, ga het ware geloof niet te buiten en overdrijf niet. Zeg alleen de
waarheid over God. Beweer niet dat Hij een zoon en vrouw heeft, want Jezus de zoon van
Maria was niets anders dan een boodschapper, zoals er vele boodschapper voor hem waren.
Hij werd gestuurd met de boodschap van de islaam en dat is om God alléén te aanbidden
zonder deelgenoten aan hem toe te kennen. De mogelijkheid om deze waarheid te
herkennen is onderdeel van een aangeboren dispositie en een natuurlijk instinct (dat bekend
staat als de fitrah), waarmee elk mens geboren is. En de wonderen en tekenen van de
schepping bewijzen Zijn bestaan. Jezus is dus de boodschapper van God. Hij is het Woord van
God, wat betekent dat hij geschapen werd door een Woord gesproken door God. Dit woord
was ‘Wees!’. Jezus is dus niet in zijn essentie het werkelijke Woord van God. Het was door dit
Woord dat Gabriel gestuurd werd en hij van de Geest (Roeh) van God in Maria blies. De
Geest is geen onderdeel van de essentie van God maar een geschapen entiteit dat het leven
tot stand brengt en wiens werkelijkheid onbekend is. Dezelfde Geest werd in Adam geblazen,
die geboren werd zonder een vader of moeder. Door deze Geest ontstond de
wonderbaarlijke geboorte van Jezus. Zodoende is Jezus het Woord en de Geest van God, hij
werd geschapen door Gods Woord van bevel en het sturen en blazen van de geschapen
Geest via Gabriel. Dus mensen van de evangeliën, geloof in deze waarheid over Jezus, de
zoon van Maria en onderwerp je aan God alléén. Keer je af van het aanbidden van andere
godheden, waaronder jezus en zijn moeder Maria, en zeg niet ‘Het zijn er drie’, omdat er
alleen één enkele godheid het recht heeft om in waarheid aanbeden te worden. Jullie
hebben zonder recht Jezus van de positie van profeetschap verheven naar die van
heerschappij (roeboebiyyah). Jezus en zijn moeder waren slechts sterfelijken die aten,
dronken en over de aarde liepen en die geen controle hadden over de hemelen en de aarde.
God sterke Jezus met wonderen als teken van zijn profeetschap. Keer je af van de uitroep
‘drie’, geloof in de absolute eenheid van God en aanbid Hem alléén. Dit is het rechte pad van
authentieke, ongewijzigde openbaring. En dit is waartoe het verstand zich aangetrokken
voelt.

Uit het boek: Een beknopte handleiding van de Islaam en zijn standpunt over al-qaida en isis.

Uitgeverij Ibn Baaz Bookstore

Dit is een beknopte handleiding gericht op het helpen van niet-moslims met verschillende levensovertuigingen en achtergronden, om de fundamenten van de islaam (hetgeen de religie van de moslims vraagt, de plichten die zij hebben tegenover niet-moslims en de plichten die zij hebben tegenover samenlevingen waarin ze wonen) te begrijpen.

Lees ook:

onderdrukt Islaam vrouwen